Over deze website: Op deze website publiceer ik de resultaten van mijn genealogische onderzoeken die ik in de loop van de jaren heb uitgevoerd. Naast onderzoek naar de families (van) Wagensveld heb ik ook in bredere zin onderzoek verricht naar mijn voorouders. Dit heeft onder andere geresulteerd in de kwartierstaten en stamreeksen van mijn grootouders en de genealogieën van Rijck Otten (†1766) en Berend Hendriksen Bospoort (1754-1813). Ook de resultaten van onderzoek naar een aantal (al dan niet verwante) personen hebben in de vorm van persoonskaarten, gezinsstaten, kwartierstaten, stamreeksen en genealogieën een plek gekregen op deze website.

Over de auteur: Hendrik (Henry) Wagensveld (1984). Ergens in het najaar van 2001 heb ik voor het eerst het gemeentearchief in mijn toenmalige woonplaats Ede bezocht. De aanleiding van het bezoek was een schoolopdracht (die overigens niets met genealogie te maken had). In het archief raakte ik in gesprek met een paar doorgewinterde onderzoekers en de vraag kwam al snel ter tafel: “Van welke Wagensveld ben jij er dan eentje?” Niet veel later lag er een deel van het Edese bevolkingsregister voor me met daarin de persoonsgegevens van mijn grootvader Hendrik Wagensveld (1911-1984) en van mijn overgrootvader Willem Wagensveld (1869-1917). Mijn interesse was gewekt.

Hoewel ik wel een sluimerende interesse had in mijn familiegeschiedenis, had ik nooit de tijd genomen me er echt in te verdiepen. Mijn kennis hield op bij mijn overgrootvader Willem, van wie maar weinig bekend was. Nu ik aan de hand van een enkele archiefkaart al zoveel meer over hem te weten kwam kon ik misschien wel meer over zijn afkomst te weten komen. Niet lang na het bezoek aan het Edese archief zat ik in de trein naar Amersfoort. Daar kon ik het archief van Woudenberg, waar Willem vandaan kwam, inzien. Laatst vond ik de treinkaartjes terug. Het was november 2001. Deze trip bleek het begin van een eindeloze en intrigerende speurtocht naar mijn voorouders.


Hendrik (Henry) Wagensveld G:zn., Kampen“Verba volant, scripta manent”